Mentorschap

Algemeen

De job van leerkracht wordt steeds complexer.  Beginnende leerkrachten worden meteen geconfronteerd met diversiteit, heterogene klasgroepen, werken in teamverband,…

Ervaren leerkrachten worden verondersteld hun beginnende collega’s daarin op weg te helpen.

In het decreet van 15 december 2006 betreffende de lerarenopleidingen in Vlaanderen werd uitgebreid aandacht besteed aan de rol van de mentor in de professionalisering van nieuwe en toekomstige collega’s. “Elk centrum, instelling of school zorgt voor de ondersteuning van de student/cursist tijdens de stage, de ondersteuning van de leraar-in-opleiding en voor aanvangsbegeleiding van de beginnende leraar.  Die taken worden toevertrouwd aan één of meer personeelsleden die belast zijn met het mentorschap.” (Hoofdstuk IV, Titel II, Art.2)

Ondertussen voorziet de overheid hiervoor geen speciale budgetten meer, maar onze school opteert ervoor om met eigen middelen het mentorschap verder in te richten omdat we het zeer belangrijk vinden dat nieuwe leerkrachten een maximale ondersteuning krijgen en zoveel mogelijk gestimuleerd worden in hun groeiproces. Ze stelt daarom een mentor/coach aan. Het formaliseren van aanvangsbegeleiding vormt echter geen excuus voor de collega’s om zich niet te engageren bij de opvang van beginners.  Aanvangsbegeleiding is een zaak van het hele team.

Waar de peter/meter zich kan concentreren op de informele opvang en de vakwerkgroep vooral de inhoudelijk-didactische vragen ter harte neemt, moet de mentor in staat zijn om verschillende rollen op te nemen, afhankelijk van de situatie.  De begeleiding van een mentor richt zich op verschillende aspecten van het leraarschap, zoals hulp bij het lesgeven, wegwijs maken in de schoolorganisatie, ondersteunen van de verdere professionele ontwikkeling, go-between spelen tussen de beginners en de andere leerkrachten, tussen beginners en vakwerkgroep, het ondersteunen van innovaties in de school, enz.  Dit betekent dat een mentor, indien nodig, flexibel de overstap moet kunnen maken tussen verschillende rollen.

(uit Deketelaere A., Kelchtermans G., Robben D & Sondervorst R, Samen voor de spiegel. Een werkboek voor de begeleiding van beginnende leraren.)

In de onderstaande visietekst leggen we de krijtlijnen vast van de wijze waarop we het mentorschap willen concretiseren.

Basisprincipes

De aangestelde mentoren zijn collega’s onder collega’s

Zij krijgen een specifieke taak toegewezen, maar dit geeft geen aanleiding tot een hiërarchisch onderscheid t.a.v. hun collega-lesgevers. De mentoren maken geen deel uit van het zogenaamde middenkader van de school. Bijgevolg mag van  de mentoren niet verwacht worden dat zij hun collega’s iets opleggen of dat zij over hen enig gezag zouden uitoefenen.

De mentor stelt zich op als partner ten aanzien van de leerkracht en stimuleert, aan de hand van een gerichte methodiek en de juiste vraagstelling, de leerkracht om uit zichzelf oplossingen en ideeën aan te dragen in functie van de geformuleerde doelen.

Mentoren moeten met hun pupillen kunnen samenwerken in een vertrouwensrelatie

Dat betekent dat zij volledige discretie in acht moeten kunnen nemen en dat niemand kan eisen dat de mentoren vertrouwelijke informatie zouden verstrekken waarover ze beschikken vanuit het uitoefenen van hun taak.

Mentoren hebben een voorbeeldfunctie op het vlak van:

  • integriteit
  • zelfreflectie
  • streven naar kwaliteit en professionaliteit
  • een collegiale houding in samenwerking en overleg

Mentoren bouwen een netwerk uit

Ze onderhouden contacten met andere mentoren/coachen. Ze streven ernaar om externe expertise aan te wenden ten bate van het eigen functioneren en van de werking van de school.

Twee verschillende begeleidingsopdrachten

De mentor als begeleider van studenten in lerarenopleiding en van leraren in opleiding

Het KA Sint-Niklaas vindt het belangrijk om te fungeren als kwalitatieve stageruimte voor leraren in opleiding. De motivatie hiervoor is tweeledig. Ten eerste is de openheid voor stages een maatschappelijk engagement. De school wil meewerken aan moderne en kwaliteitsvolle opleidingen van toekomstige generaties leraren en zo een bescheiden maar belangrijke bijdrage leveren aan het toekomstige onderwijslandschap in Vlaanderen. Ten tweede willen we als lerende organisatie voortdurend de vinger aan de pols houden en op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen op agogisch en didactisch vlak. De stages fungeren als leerkansen, zowel voor de organisatie in haar geheel als voor de individuele medewerkers

Om onze rol als stageruimte te vervullen stellen we ter beschikking:

  • de hardware: klasgroepen, lokalen, didactisch en educatief materiaal,…
  • de software: de begeleiding door de vakmentoren, de coördinerende mentor en de  stage-administratie coördinator

Als ‘projecteigenaar’ van het stagebeleid worden 2 personen aangesteld: de stage-administratie coördinator en de coördinerende mentor.  De stage-administratie coördinator staat in voor het behandelen van de stageaanvragen, het invullen van de nodige formulieren, de verdeling van de uren en het verzorgen van de contactlegging tussen de vakmentoren en de stagiairs. De coördinerende mentor richt zich op de ontplooiing van de didactisch – agogische competenties van de stagiair en vormt, met betrekking hierop, het aanspreekpunt voor de vakmentoren, stagiairs en opleidingscentrum.

Beiden staan in voor een correcte en kwalitatieve implementatie van de beschreven visie en de procedures in overleg met alle betrokkenen. Zij rapporteren aan de directie die de eindverantwoordelijkheid draagt.

De mentor als begeleider van startende collega’s

Aanvangsbegeleiding is een belangrijk onderdeel van een ruimer onthaalbeleid.  Zoals reeds eerder in deze tekst werd gesteld mag het formaliseren van aanvangsbegeleiding bij de collega’s niet resulteren in een excuus om zich niet te engageren bij de opvang van beginners.  Aanvangsbegeleiding is een taak van het hele team.  Tijdens het schooljaar 2009-2010 gingen we van start met het peter/meterschap waarbij de peter/meter zich kan concentreren op de informele opvang.  De vakgroep concentreert zich dan weer vooral op de inhoudelijk-didactische vragen.

De aanvangsbegeleiding wordt door de directie, als coördinerend eindverantwoordelijke voor het algemene onthaalbeleid, gedelegeerd aan de mentoren. Aanvangsbegeleiding bestaat uit een individueel traject dat de mentor uitwerkt in samenwerking met en op maat van  de beginnende leerkracht.  Men kiest hier steeds voor het haalbare met het oog op het wenselijke. Specifiek voor de aanvangsbegeleiding geldt dat het inhoudelijk gericht is op de ontplooiing van de didactisch-agogische competenties van de beginnende leerkracht. Zo onderscheidt het zich van de inhoud van het algemenere onthaaltraject dat de algemene, praktische werking en integratie van de leerkracht in het totale schoolgebeuren beoogt.

De aanvangsbegeleiding wordt opgestart op initiatief van de directie en door middel van een gesprek tussen de directie, de beginnende leerkracht en de mentor. In principe eindigt de aanvangsbegeleiding op het moment van het evaluatiegesprek dat de directie na twee jaar (of op het einde van de tijdelijke tewerkstelling) voert met de beginnende leerkracht. Bij dat gesprek kan de mentor aanwezig zijn als neutrale ‘bevoorrechte getuige’.